In mijn praktijk kom ik regelmatig gevallen tegen dat twee partijen samenwerken terzake een nieuwe ontwikkeling en dan besluiten om de intellectuele eigendomsrechten aan beide partijen toe te kennen. Dat is niet altijd even praktisch. Zowel terzake de exploitatie van bijv. de auteursrechten alsook terzake ieders bevoegdheid, ontstaan er dan vragen. Kunnen de makers van een gemeenschappelijk auteursrechtelijk werk hun rechten uitsluitend gezamenlijk uitoefenen of kunnen ze elk hun eigen gang gaan en zelfstandig – zonder toestemming van de ander exploitatiebeslissingen nemen? Als er geen specifieke afspraak wordt gemaakt, geldt echter de hoofdregel van artikel 3:170 (2) van het Burgerlijk Wetboek. Dat artikel geeft aan dat “het beheer van gemeenschappelijke rechten bij het ontbreken van een specifieke wettelijke regeling of overeenkomst uitsluitend door de deelgenoten tezamen geschiedt”.  Dat betekent dus dat men uitsluitend samen kan beslissen. Het gemeenschappelijk auteursrecht kan immers door de rechthebbenden alleen gezamenlijk kan worden uitgeoefend.

Mochten er meningsverschillen ontstaan, dan is men geheel afhankelijk van de andere partij. Maak daarom vooraf afspraken over de manier waarop het auteursrechtelijk werk (en de daarop rustende auteursrechten) geëxploiteerd dient te worden.  Een oplossing is om bijv. gezamenlijk een BV op te richten die het werk exploiteert.

Meer weten: neem contact op met Annelies ten Hove,