Het bepalen van het beleid en de strategie van een vennootschap en de met haar verbonden onderneming is in beginsel een aangelegenheid van het bestuur van de vennootschap. De raad van commissarissen houdt daarop toezicht. Het bestuur van een vennootschap heeft weliswaar aan de algemene vergadering (AVA) verantwoording af te leggen van zijn beleid, maar het bestuur is, behoudens afwijkende wettelijke of statutaire regelingen, niet verplicht de AVA vooraf in zijn besluitvorming te betrekken als het gaat om handelingen waartoe het bestuur bevoegd is. Ook is het bestuur niet verplicht de AVA in zo’n geval te consulteren.

Er zijn dus grenzen aan de bevoegdheid van aandeelhouders en certificaathouders. Nu het bepalen van het beleid en de strategie van een vennootschap en de met haar verbonden onderneming in beginsel een aangelegenheid is van het bestuur van de vennootschap en het bestuur niet verplicht is de AVA daaromtrent te consulteren, kunnen aandeelhouders en certificaathouders de vennootschap niet ertoe verplichten een onderwerp dat een aangelegenheid is van het bestuur ter stemming op te nemen in de agenda van de AVA. Dat heeft de HR in 2018 nog eens bevestigd.

Het is dus van belang om de bevoegdheid van het bestuur te limiteren in de statuten. Bijvoorbeeld door in de statuten op te nemen dat belangrijke besluiten of besluiten met bepaalde financiële gevolgen goedkeuring van de AVA vereisen. Alleen dan kan de bevoegdheid van het bestuur enigszins aan banden worden gelegd. In de praktijk komen dit soort bepalingen nog te weinig voor in de statuten. Dat is een gemiste kans.

Meer weten? Neem contact op met Annelies ten Hove, tenhove@tdhadvocaten.nl