Het Gerechtshof te Den Bosch heeft in november 2014 uitspraak gedaan over de betekenis en omvang van hoofdelijke aansprakelijkheid voor uitgetreden vennoot VOF

Een vennoot in een vennootschap onder firma (hierna: “VOF”) is ten aanzien van verplichtingen die de vennootschap aangaat hoofdelijk verbonden.

In de zaak die diende bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch waren de personen X en Y vennoten van een VOF. De VOF was een (duur)overeenkomst aangegaan met VNU Media B.V. VNU plaatste in opdracht van de VOF advertenties op internet. Per 1 augustus 2009 is de VOF ontbonden, hetgeen is ingeschreven in het handelsregister. Vennoot Y zet de onderneming voort in de vorm van een eenmanszaak, waarbij Y gebruik blijft maken van de website en het e-mailaccount van de VOF. De facturen die VNU stuurt uit hoofde van de door haar met de VOF gesloten overeenkomst, voor werkzaamheden verricht na ontbinding van de VOF, blijven onbetaald. Hierop besluit VNU om zowel X als Y in rechte te betrekken en te vorderen dat beide (voormalige) vennoten hoofdelijk worden veroordeeld tot betaling van het openstaande bedrag.

De kantonrechter oordeelde eerst dat beide vennoten, X en Y, ondanks uittreding en ontbinding van de VOF gehouden zijn tot betaling aan VNU omdat de hieraan ten grondslag liggende overeenkomst vóór ontbinding van de VOF tot stand gekomen is. X is het niet eens met deze uitspraak en stelt hoger beroep in. Bij het hof stelt X dat hij niet gehouden kan worden tot betaling van de facturen van VNU omdat de vorderingen zijn ontstaan na uittreding van X en ontbinding van de VOF.

Het hof overweegt dat elk der vennoten hoofdelijk verbonden is aan verbintenissen die aangegaan zijn door de VOF (art. 18 Wetboek van Koophandel). Hieruit blijkt volgens het hof dat de uitgetreden vennoot hoofdelijk aansprakelijk blijft na zijn uittreding tegenover schuldeisers die een vordering hebben op de VOF uit een overeenkomst die vóór uittreding is aangegaan. Het hof overweegt hiertoe dat het, gelet op de aard van onderhavige overeenkomst, op de weg van [appellant] had gelegen om VNU ervan op de hoogte te stellen dat hij was uitgetreden uit de vof en dat [mede-gedaagde] de onderneming als eenmanszaak zou voortzetten dan wel de overeenkomst met VNU op te zeggen. VNU kon zich ten tijde van het sluiten van de overeenkomst immers verhalen op twee hoofdelijk verbonden vennoten. VNU mocht er zonder andersluidend bericht vanuit gaan dat dat nog steeds het geval was. VNU had weliswaar door raadpleging van het handelsregister kunnen weten dat de vof was ontbonden, maar dit zou gezien de aard van de overeenkomst impliceren dat zij regelmatig het handelsregister zou moeten raadplegen om te bezien of er een wijziging was opgetreden, teneinde te kunnen bepalen of zij mogelijk in haar verhaalspositie werd benadeeld. Dit kon redelijkerwijs niet van haar worden gevergd.

Geconcludeerd kan worden dat X hoofdelijk aansprakelijk blijft voor de schulden van de VOF die zijn ontstaan in de periode dat X vennoot was.

TiP:  De uittredende vennoot is niet meer aansprakelijk indien hij de contractspartijen van de VOF op de hoogte stelt en laat instemmen met de overdracht van de overeenkomst op de achterblijvende vennoot “als eenmanszaak”. Hierdoor kan de vordering enkel worden verhaald op de achterblijvende vennoot. Uiteraard hoeven schuldeisers daar niet mee in te stemmen. In dat geval dient de uittredende vennoot afspraken te maken met de achterblijvende vennoot.  Zie ook: CLI:NL:GHSHE:2014:3642.

Meer weten? Neem contact op met Annelies ten Hove,