Als uitgangspunt geldt dat een distributieovereenkomst door één van beide partijen kan worden opgezegd. Een flexibel handelsverkeer vereist dat. Echter, een overeenkomst die voor bepaalde tijd is aangegaan, kan in beginsel niet vóór het verstrijken van de overeengekomen tijd worden opgezegd.

Bij overeenkomsten voor onbepaalde tijd is het uitgangspunt dat de een contractspartij om haar moverende redenen mag opzeggen. De enige principiële beperking die in dit verband geldt, is dat de overeenkomst niet mag worden opgezegd om een reden die onbehoorlijk of anderszins naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Een dergelijke opzegging zou namelijk in strijd met de goede trouw zijn en om die reden ongeoorloofd. In een dergelijk geval heeft de opzegging geen rechtsgevolg en is derhalve nietig.

De praktijk leert dat de rechter daar steeds kritischer mee omgaat.