Een oud bestuurder van Servatius is door de rechtbank Oost Brabant aansprakelijk gehouden voor een deel van de schade die  woningstichting Servatius heeft geleden in verband met een groot bouwproject, dat is gestart onder zijn verantwoordelijkheid. Het bouwproject zag niet alleen op (sociale) woningbouw (studentenhuisvesting) maar ook op commerciële ruimten (waaronder een sporthal en kantoren).  Daarvoor was toestemming nodig van de verantwoordelijke Minister. De rechtbank oordeelde dat de directeur in juli 2008 geen betalingsgaranties had mogen afgeven, en geen groen licht aan de aannemers had mogen geven om de bouw te beginnen, alvorens er voor zorg te dragen dat het project was opgezet conform de aanwijzing van de Minister en conform de voorwaarden die de Raad van Toezicht had gesteld, althans op een zodanige wijze dat de financiële betrokkenheid van de woningstichting bij het commerciële deel van het project beperkt zou zijn en de financiële risico’s voor de woningstichting voldoende zouden zijn afgedekt. Door begin juli 2008 in strijd met de aanwijzing van de Minister, en ook in strijd met de besluitvorming in de Raad van Toezicht, garanties voor de totale bouwkosten af te geven en de bouw te starten, terwijl bovendien te weinig zekerheid bestond over een aantal zeer wezenlijke zaken zoals de deelname van de twee andere partners (gemeente en universiteit), de toekomstige exploitatie en de financiering, heeft de directeur naar het oordeel van de rechtbank zijn taak onbehoorlijk vervuld (artikel 2:9 BW) waarvan hem een ernstig verwijt kan worden gemaakt. De directeur is in beginsel aansprakelijk voor de schade van ruim € 10 mln.

Meer weten? Neem contact op met