In zijn arrest van HR 14 september 2018 oordeelt de HR dat een overeenkomst in beginsel enkel rechtsgevolgen heeft voor de partijen bij die overeenkomst. Overeenkomsten kunnen echter zodanig met elkaar samenhangen dat ontwikkelingen in de ene overeenkomst (juridische) gevolgen hebben voor de andere overeenkomst.  Dat worden samenhangende overeenkomsten genoemd. Heeft het  einde van de overeenkomst tussen een afnemer en een leverancier invloed op het voortbestaan van de overeenkomst tussen deze leverancier en de producent?  In casu had de afnemer had de overeenkomst met de leverancier opgezegd en de producent leverde vervolgens rechtstreeks aan de afnemer. Het argument was dat ook de overeenkomst tussen leverancier en producent ten einde zou zijn gekomen.  Is er sprake van een onrechtmatige daad doordat de producent direct aan de afnemer levert en de leverancier buiten spel staat?

De HR stelt in dit arrest dat het niet per definitie zo is dat het niet langer uitvoeren van de overeenkomst tussen afnemer en leverancier tevens betekent dat er een einde is gekomen aan de overeenkomsten tussen deze leverancier en de producent. De enkele verwijzing naar de samenhang tussen deze overeenkomsten is, zonder nadere motivering, onvoldoende om dat oordeel te kunnen dragen. In het scenario dat één van twee samenhangende overeenkomsten tot een einde is gekomen, kan niet met de enkele verwijzing naar de samenhang tussen de overeenkomsten worden geoordeeld dat de andere overeenkomst ook tot een einde is gekomen. Men doet er dan verstandig aan om de beide overeenkomsten uitdrukkelijk te koppelen.

Meer weten: neem contact op met Annelies ten Hove, tenhove@tdhadvocaten.nl