Red Bull, de bekende fabrikant van energydrankjes, beschuldigde de Nederlandse Winters, Nederlandse onderneming waarvan de voornaamste activiteit bestaat in het “afvullen” van blikjes met door haar of door derden geproduceerde dranken, van merkinbreuk. Voor de goede orde: Winters vulde slechts de blikjes die waren aangeleverd door haar opdrachtgever met daarop een merk dat naar de mening van Red Bull inbreuk maakte op haar merkrechten.

Het Hof oordeelde dat het loutere afvullen geen merkgebruik oplevert, dus geen inbreuk maakt op de rechten van Red Bull! Goed nieuws dus voor dienstverleners in de afvulindustrie.

Het Hof stelt: “Gelet op het voorgaande moet op de eerste vraag worden geantwoord dat artikel 5, lid 1, sub b, van richtlijn 89/104 aldus moet worden uitgelegd dat een dienstverlener die in opdracht en volgens aanwijzingen van een derde verpakkingen afvult die hem door deze derde ter beschikking zijn gesteld en waarop door diens toedoen daaraan voorafgaand een teken is aangebracht dat gelijk is aan of overeenstemt met een als merk beschermd teken, zelf geen gebruik maakt van dit teken dat op grond van deze bepaling kan worden verboden”.

Vervolgens overweegt het Hof (in lijn met het Google-arrest) dat het enkel afvullen van blikjes, die al voorzien zijn van met de merken overeenstemmende tekens, in opdracht en volgens aanwijzingen van een derde, zonder belang te hebben bij de op de blikjes voorkomende tekens, geen gebruik van die tekens oplevert in de zin 5, lid 1, sub b van de Merkenrichtlijn (ov. 30). Winters zorgt volgens het Hof slechts voor de technische voorzieningen die nodig zijn voor het gebruik van de tekens door Smart Drinks.

Vragen?  Neem contact op met Annelies ten Hove: